Na 2 teahouse-trekkings (Annapurna en Everestgebied) werd het hoog tijd om minder toeristische trekpleisters te gaan verkennen. De bestemming voor Majo, Nick en ik werd Dolpo, een afgelegen gebied in de Himalaya. Een tipje van de sluier werd ons reeds vertoond in de wondermooie prent 'Himalaya' van Eric Valli.
Door de aanslepende staking en vele dagen curfew hebben we noch geduld noch moeite gespaard om uiteindelijk via 2 binnenlandse vluchten met een speciale permit voor dit gebied op zak en een overgewicht aan bagage door de aanzienlijke hoeveelheid proviand op een klein grasveldje dat tegen een bergwand geplakt was, veilig te landen. De houten luifel die dienst doet als luchthavengebouw geeft onmiddellijk de toon voor dit afgelegen gebied. We moeten er een zelfgeschreven vragenlijst onder de titel 'crime investigation' van een politieman invullen. Na 1 dag stappen is er reeds geen enkel spoor meer van enige officiele instantie. Maar het is geen niemandsland: de maoisten heersen over dit gebied. Niet dat ze hier scholen, bruggen of andere nuttige dingen bouwen. Neen, zoals het hoofd van dit maoistisch district ons wist te vertellen zijn ze na 10 jaar bewind nog steeds uitvoerig bezig met de 'destructie fase' die vervolgens (betekent dat 'ooit'?) door een opbouw fase zou opgevolgd worden.... Na een interview met gewaagde vragen en hilarische antwoorden, viel ons voorstel om van de 100 opgeeiste dollars, de helft aan de lokale school te doneren in zeer slechte aarde. We gingen voor hen blijkbaar te snel over naar de constructie fase. Dan maar 100 dollar, door Nick met de linker (onreine) hand afgegeven en door mij met de melding "astublieft klootzak".
Maar het is noch de moeite die we hebben moeten doen om dit gebied te bereiken, noch de ontmoeting met de maoisten die ervoor gezorgd hebben dat Dolpo in die mate mijn hart heeft kunnen bekoren... Het is de pracht van de bergen en de authenticiteit van de cultuur.
Maar het is noch de moeite die we hebben moeten doen om dit gebied te bereiken, noch de ontmoeting met de maoisten die ervoor gezorgd hebben dat Dolpo in die mate mijn hart heeft kunnen bekoren... Het is de pracht van de bergen en de authenticiteit van de cultuur.
De eerste dagen stappen we doorheen een nauwe kloof, vaak op een pad in de rotswand, soms ook op een pad van stenen dat OP de rivier aangelegd werd. Na 2 dagen en een halve dag sneeuwstorm komen we toe in DHO. Het eigelijke begin van Tibet in Nepal. Bij een partijtje cricket met de jeugd ontmoeten we Angad, een wijze, talentvolle, nederige fotograaf, filosoof, poltieker,... waar we vervolgens, genesteld op de kussens in zijn fotogalerijtje geboeid luisteren naar zijn wijze woorden.
Na een zijtripje trekken we verder, in 2 dagen over 2 passen heen. Ter hoogte van de tot hiertoe knapste pas ooit, de Numa La, werd op 5360m de verjaardag van een zusje gevierd en mocht ik tevens een mysterieuze gele omslag openen: gedroogde bio mango's en een warme vriendschap vervulden mij van geluk.
De volgende dag overbrugden we de 2de pas , de Baga La, waar we in een wondermooie groene oase van een vallei een yakkaravaan mochten bewonderen. Dit gebied kent geen grenzen. De bevolking van de hogere gebieden, de Dolpo-pa, verhandelen het zout van Tibet met het graan van de Rong-pa, de bewoners van de lagere gebieden. De voedingsmiddelen die rijkelijk in de lage gebieden groeien, smaken onvoldoende en bieden niet genoeg weertsand aan de mens zonder het smaakvolle en imuunversterkende zout van Tibet. Elke familie van Dolpo-pa heeft handeldcontacten met een familie Rong-pa waarmee ze hun goederen omruilen. Elk jaar trekken ze dagenlang met hun yakkaravaan over 5000-metershoge passen om genoeg voedsel te hebben alvorens hun gebied weer via ingesneeuwde passen afgesloten is in de winter.
Na de prachtige vallei achter de Baga La, slaan we een andere vallei in, waar we tussen de kruinen van de dennebomen een helblauwe grote parel mogen aanschouwen. Het is het Phoksumdomeer! Het ene meer waar in de film Himalaya, een yakkaravaan langs een in de rotswand gehouwd pad passeert. De onbeschrijfelijke kleur, het contrast met de rotswand, het indrukwekkende pad,... het maakt me stil en blij.
Dit gebied snakt naar meer. Dieper het gebied in, verder naar Upper-Dolpo, tot aan de tibetaanse grens. Verder op ontdekking doorheen dit onbevlekt stukje Nepal.
De terugtocht is hectisch verlopen. We vertrekken halsoverkop omdat het vliegtuig ondanks het slechte weer die dag, toch is afgevlogen om ons op te pikken. Het slechte weer kleurt ook de hemel boven onze bestemming, Nepalgunj, donker en we landen er pas na een nood-tussentop in de luchthaven van Rumbu. Ik ben nog nooit zo blij geweest om een witte lijn op een dor grasveld te ontwaren: het teken dat we niet zomaar gaan crachen, maar wel degelijk gaan kunnen landen. We weten niet waar we geland zijn, maar na een rondvraag en een blik op het luchthavengebouw, of beter, wat ervan overblijft, is het duidelijk: we zijn in het kloppend hart van het maoistisch gebied. Als je het piepklein luchthavengebouw binnenstapt, kan je boven jou, nog steeds de hemel bewonderen: het werd 5 jaar geleden gebombardeerd en afgebrand. Na deze tussenstop en gunstigere weersomstandigheden later, stappen we weer in en landen vervolgens in het broeerig hete Nerpalgunj waar we na gestrand te zijn in een air-condionned restaurant de nachtbus naar KTM nemen. Wij, en de tientallen geiten op het dak, in de bagageruimte en 'ergens' onder de bus komen de volgende ochtend heelhuids aan...
Tijd nu om deze tocht en vooral heel het leven hier in Nepal, te laten bezinken. Tijd om uit te rusten, te reflecteren... en om de dagen af te tellen. Het zijn er nog 7.
Een ander verslag over onze tocht in Dolpo kan je terug vinden op www.ergens-onderweg.blogspot.com