lundi, novembre 12, 2007

foto's trektocht

Namaste,
Tashi dielee,

Of te de nepalese en tibetaanse groet die we gedurende een maand lang gebruikten op onze trektocht in een wstelijke uithoek van Nepal. Waarvan op deze link een 12-tal foto s te bewonderen zijn.

Fany

www.flickr.com/photos/18568478@N04/

foto's 01/09/2007

Kiekeboe,

aangezien ik momenteel volop bezig ben met het selecteren van de foto s voor het trouwalbum, dacht ik dat het misschien fijn was om er reeds een aantal met jullie te delen...

Zwaai,
fany

www.flickr.com/photos/nickenfany/

dimanche, novembre 04, 2007

Richtlijnen voor het aankopen van een laptop in KTM

1) Je zoekt een Nepalees die betrouwbaar is.

2) Die Nepalees gaat in jouw plaats de aankoopprijs onderhandelen. De richtprijs voor een buitenlander is meer dan 50 euro hoger en bovendien kan er tot een lagere minimumprijs onderhandeld worden.

3) Je haalt al het geld af en overhandigt het aan die ene betrouwbare persoon.

4) Je hoopt dat die persoon betrouwbaar blijft.

5) Bekeer je tot eenderwelke godsdienst want er moet dringend gebeden worden voor het probleemloos gebruik van de computer. Zoals het bijgeleverde garantiebewijs het immers vermeldt: ”This warranty does not cover damages due to the act of god, natural hazards,(...)”.

In god we trust?


Hoor ik daar geronk?


Het is hoogseizoen in Nepal en zelfs vanuit een weinig bezochte uithoek in de bergen is dit schrijnend merkbaar. Er komt reeds dagenlang geen vliegtuigje meer naar hier. ‘Hier’ is Simikot. Het ziet eruit als een groot dorp maar het wordt hier een stad genoemd. Een stad zonder internet, zonder internationale telefoonverbinding en met een weinig efficiënte telefoonlijn naar de hoofdstad. Een stad van meer ‘willen’ dan ‘kunnen’ dus.

In deze stad komen we na 25 stapdagen toe. We zijn dan ook op zoek naar westerse behoeftes te bevredigen. Het valt een beetje tegen. Het enige wat hier enigszins op chocolade lijkt zijn de ‘Kitkat’ reepjes. Geen chips maar wel ‘dalmut’, een pikante maar toch smakelijke mengeling van cashewnoten, gepofte rijst en verder ondefinieerbaar iets. Het enige stalletje die er verkoopt heeft nog welgeteld 4 exemplaren van dat lekkers. De bevoorrading gebeurt via vluchten en aangezien er momenteel duizenden toeristen volop naar de Annapurna en de Everest regio willen vliegen hebben zij voorrang. De andere oorden worden dagenlang door de vliegtuigmaatschappijen genegeerd. Een toerist betaalt immers meer en die vluchten brengen dus meer geld op.

Het boeken van een plaatsje op een MOGELIJKE vlucht is bijna een ritueel aan het worden. Elke ochtend dien je om 6uur aan het kantoortje van een vliegtuigmaatschappij te staan. Wanneer het dan na enige wachttijd eindelijk opent dien je je naam op een passagierslijst te laten noteren. En dan ben je blij dat je blank bent want omwille van je duurder vliegtuigticket verkrijg je voorrang. Jammer voor de Nepalezen die in deze periode massaal naar hun geboortedorp trekken om in familie het Dashain-feest te vieren. Vervolgens tracht de verantwoordelijke een werkende telefoonlijn te bemachtigen om te achterhalen of er die dag een vliegtuigje naar Simikot of een ander vergeten oord zal vertrekken. En zo duurt het reeds 4 dagen. Een dag vol hoop is altijd lang.

Op een dag, terwijl ik de dagelijks portie dalmut ga kopen, hoor ik plots geronk. Een naderend geronk. Normaliter ging er die dag geen vliegtuig komen, maar ik hoor nu duidelijk iets anders in de lucht ronken. Ik laat de Dalmut voor wat het is en haast me naar de vlieghaven. De vlieghaven is hier een grote grasvlakte die tevens dienst doet als parkje waarin gewandeld wordt, als voetbalterrein, als graasplaats voor kudde’s schapen en geiten, als oefenterrein voor politie en militairen, als badminton terrein,... Je noemt maar wat; maar op het vliegveld van simikot is het mogelijk. Ook een helikopter wanneer er niets voorzien was blijkbaar. Ik hoop halsoverkop een plaats te kunnen bemachtigen, maar het is ijdele hoop. De vele toegangen tot het vliegveld zijn plots afgesloten. Het blijkt een helikopter van de militairen te zijn die de volgende dag pas weer zal wegvliegen met aan boord een vele-sterretjes-gegradeerde die in gezinverband Dashain wil gaan vieren.

Na 3 dagen waren wij aan de beurt. Samen met 13 andere gelukkigen en 1 ongelukkige geit die ook al stond ze niet op de passagierslijst toch aan boord mocht. Gedurende Dashain worden immers talloze dieren geofferd aan de goden. Maar die geit zal ten minste nog een vuurdop vlak voor haar dood overleefd hebben.

De stappers binden. 19/09 t.e.m. 15/10

Trektocht: Van Jumla naar het Rarameer en via Gum Ghari naar Simikot. Vandaar via een lus doorheen de Limi vallei en de tibetaanse grens en terug naar Simikot

v Er was eens...

Waar te beginnen bij zo’n lange tocht gepaard met zoveel verschillende weeromstandigheden en gemoedstoestanden? Bij het begin. Thuis, een half jaar geleden, toen Nick mij vanuit een luilekkere zetel de volgende beschrijving van Steve Razetti voorlas: “Humla. De naam klinkt als een hymne. Groot en deemoedigend, Humla weerklinkt in gefluister’ Met deze woorden beginnen Thomas Kelly en Carol Durham hun prachtige lofdicht op dit magisch hoekje van het uiterste noordwesten van Nepal. The Hidden Himalaya (de verborgen Himalaya) (...) Dit boek gaf mij de inspiratie voor mijn eerste trektocht in Nepal en na zes bezoeken blijft Humla absoluut favoriet. Het is een plek voor ingewijden: ik heb de route tot driemaal gelopen en nooit een andere trekker tegen gekomen.(...)” En hij had gelijk. Het eerste deel van onze tocht waarnaar Steve Razetti verwijst is een waar verborgen parel in Nepal. We stappen van het ene naar het andere dorp, eten bij de mensen thuis, zetten ons tentje op gaan vroeg ons bedje in om in een gezonde staproes in te slapen. Het zijn zalige dagen.

v Ukaalo baato, uraalo baato

“Pad omhoog pad omlaag”. Het is een constante op een groot gedeelte van de trektocht: steil omhoog en steil omlaag om een rivier al dan niet te doorwaden en vervolgens weer steil omhoog tot de volgende afdaling. Afstanden die een Verlichte Zwevende Lama in minder dan een minuut zouden afleggen, zwoegen wij uren erover. En we genieten er nog van ook.

v Lang leve de kamlijn

Het was een waar hoogtepunt van die eerste stapweek. Na een zeer steile klim naar een (valse) pas en vandaar via een kamlijn vanwaar we een groot deel van de reeds gedane en toekomende tocht konden bewonderen. Vervolgens stapten we verder omhoog naar de bevlagde pas met zicht op het Rara meer.

v Een wereld van verschil

Vanuit Gum Ghari stappen we naar Simikot. We moeten er eerst een rivier oversteken. De brug is 8 jaar geleden door de maoïsten verwoest waardoor de dorpen waar we ons naartoe begeven geisoleerd zijn geraakt. I.p.v een brug is er nu een stalen kabel waar je via een katrol systeem naar de overkant kan getrokken worden. Je moet daarvoor op een schommel van 4 koorden gaan zitten en wordt met een aaneenschakeling van aaneengeknoopte uitgerafelde koorden naar de andere kant getrokken. Gelukkig staat er een rij te wachten waardoor we ons beetje bij beetje moed inspreken alvorens elk op beurt de overtocht te wagen. Als zij dat reeds zovele jaren aan een stuk doen, waarom zouden wij dat niet kunnen. Aangezien er 2 kabels naast elkaar over de rivier gespannen zijn, zijn er waaghalzen die aan de kabel gaan hangen met hun handen en benen en zich zo naar de andere over vooruit trekken. Onvoorstelbaar. De schommel lijkt er een makkie naast.

Eenmaal de oversteek geslaagd komen we in een andere wereld terecht. In het eerste dorp werkt geen enkele van de 3 kranen die het dorp van drinkbaar water voorziet. In het volgende dorp worden we verwelkomd door een open ingangsboog die versierd is met de maoïstische vlag. We krijgen voor de verandering weer eens ontzettend veel bekijks. Een rustpauze verandert al snel in een sessie ‘white watching’. Er wordt ons ook steeds de vraag gesteld of we dokters zijn. Tot onze spijt zijn we dat niet. Een vrouw confronteert mij daarop met de vraag wat ik daar dan wel kon doen als ik dan toch geen dokter ben. Tja, wat zeg je daarop? Toeristen zien ze hier amper. Ik troost mijn ongemakkelijk evoel met het feit dat ik hier kom zonder een stoet porters die al ons eten meesjouwt, maar dat we hier geld besteden. In het winkelstalletje, bij de mensen waar we eten,... Een kleine bijdrage aan de locale economie en niet zoals andere toeristen die alles in KTM laten aankopen en vervolgens enkel komen kijken en foto’s nemen. Het zou beter zijn moest ik burgerlijk ingenieur zijn en een nieuwe brug kunnen laten bouwen natuurlijk. In de andere dorpen zijn de steegjes omevormd tot een grote mest en modderhoop. Ik spring van de ene naar de andere steen en behoud mijn evenwicht met mijn stapstok. In de dorpen vinden we regelmatig affiche s terug die via tekeningen duidelijk maken hoe er gestemd dient te worden: een klok voor het openings- en sluitingsuur, de wachtrijen, de aparte ingang voor mindervalide, ouderen en zwangere vrouwen, de manier waarop men zijn stem op het biljet moet aankruisen,... alles is aangepast aan de ongeletterdheid. Voor de voorbereiding van deze verkiezingen werd er .... uitgegeven. Er werden zelfs mensen speciaal opgeleid om in elk dorp nog extra uitleg te aan verschaffen. Veel moeite voor niets want de verkiezingen zijn uitgesteld.

v Verwachtingen zijn de oorzaak van je teleurstellingen.

“ In de verte ziet u een hoge muur van schitterende besneeuwde bergtoppen gedomineerd door de brede massa van de Saipal Himal (7025m) in Humla en de Gurla Mandata over de grens met Tibet. Onder deze zelden bewonderde toppen strekt zich Humla uit, met blauwe heuvelruggen die langzaam verdwijnen in de ijle verte.” Zo luidt de beschrijving van Steve Razetti over het zicht als je de Chemkel lekh (=pas) op 3640 m bereikt. Tja, bij het lezen van zulke beschrijvingen schept een reislustige stapper nu eenmaal verwachtingen op. Tot haar grote spijt trouwens. Want het regende en het enige wat we zagen was een groot wit gordijn. Slik. Dan maar onder een boom gaan schuilen en een platgedrukte Mars van onderaan de rugzak bovenhalen. En zich bedenken dat het beter is te reizen dan te lezen hoe anderen hun tochten ervaren om zo geen verwachtingen meer te scheppen. En zich bedenken dat het steeds nog erger kan.

v Hoe het effectief erger kon.

Er is geen weg terug. We stappen op een smal pad met links beneden een kolkende rivier die de laatste dagen door de aanhoudende regen in omvang is toegenomen. Aan onze rechterzijde de steile bergflank. Voor ons het pad dat die ochtend reeds meermaals onderbroken is door landslieden. De bergflank die afbrokkelt en het pad verspert. In de mate van het mogelijke tracht je het obstakel te omzeilen via de bergflank, maar door de steilheid ervan moet je de brokstukken gewoon’ overstappen.. Leuk is anders maar je hebt geen keuze. Je hoopt steeds dat het de laatste is maar jammer genoeg zullen er dagen zijn waarop we er meer dan 100 overbruggen. We hebben ze dus in geuren en leuren kunnen bewonderen en catalogeren:

1. De landslide in aantocht kenmerkt zich door een lange barst in het aardoppervlak. Weldra zal een gedeelte afbrokkelen en naar beneden tuimelen.

2. De landslide in zandsteen waardoor als je niet snel genoeg op het zanderige gesteente stapt, de grond onder je voeten verder afbrokkelt.

3. De landslide die een modderstroom veroorzaakte en hele bomen meesleurde. Afhankelijk van de modder kan je achterhalen of het net gebeurd is of niet. Hoe glibberiger hoe recenter. De bomen kunnen ware obstakels vormen maar kunnen ook goede hulpmiddelen zijn om de landslide te overbruggen: in evenwicht op de boomstam om er zich al zittend vooruit duwen.

4. De landslide die jou had kunnen onderdompelen. Dan rollen er nog stenen en stap je best met 1 persoon op de uitkijk of er andere stenen nog naar benden rollen en 1 persoon die er zich over haast. Na zo’n overtocht voel je je gegarandeerd nog hechter verbonden met je stapgenoot dan voorheen. Mooi meegenomen op een ‘huwelijkstrektocht’.

v Stappen in het goud en in het wit

Op een volgende hoge pas zijn de goden ons al wat gunstiger gestemd: wolken scheuren open en in flarden ontdekken we helwitte bergflanken en bergtoppen. Zo nabij maar eigelijk ver verwijderd. Een steile afdaling en bergop verder. Op de pas kruizen we meerder karavanen met semi-nomaden van Tibetaanse oorsprong. Ze geven ons wat meer informatie over de volgende pas. Die blijkt na heel wat rondvragen in de verschillende nomadententen in de vallei niet voor ons maar een bergrij verder te liggen. De pas die beide met elkaar verbindt wordt ons ten stelligste afgeraden en dus omzeilen we ze. Verder naar beneden doorheen gouden berkenbossen. Stappen in de herfst is een lust en een bewondering voor het oog. We slaan rechtsaf de volgende vallei in en stappen vol blije moed naar de volgende pas toe. De 6 zatte Tibetanen die ons meer schrik dan kwaad wilden zijn in hun opzet geslaagd maar de kalmte heeft ons gered van geen enkele roepie beroofd.

Op weg naar de pas schuilen we een uurtje in een shelter alvorens aan de klim te beginnen. Shelters zijn een opeenstapeling van stenen muurtjes van een halve meter hoog. Met een (tent)zeil kan het in een onweersbui omgetoverd worden tot een waar paradijsje waaronder je een vuurtje kan stoken, een noedelsoep kan koken en op krachten kan komen voor het vervolg van je tocht. Alvorens we er schuilen komen we een zeldzame tweevoeter voor. Met roodgebrande snuit en gekleed in felle kleuren. Andere trekkers. Ik staar ze vol verbazing aan alvorens ik de reflex heb om hen informatie te vragen over de toestand van de pas en wat muesli en zelfs een blikje tonijn van hun kookploeg over te kopen.

Een starlende zon vergezelt ons tot 100m onder de pus. In een mum ban tijd is de hemel wit geleurd waardoor we geen grens meer onderscheiden tussen het besneeuwde pad en de witte hemel. Een beetje angstaanjagend. Nadat we doorheen een gangpad dat gebaand werd door de yaks die de afgelopen dagen over de pas zijn gegaan omhoog stappen herkennen we gelukkig gekleurde vlagjes. Het zicht blijft grotendeels verborgen maar in de zalige afdaling waarbij Nick gewillig van de besneeuwde bergflank afglijdt op z’n achterste is het reuze pret en wordt ons het zicht op de volgende bergrij en de vallei toegekend. Zo vredig.

v In de Limi vallei wordt ‘Namaste’ vervangen door ‘Tashi Dielee’

De volgende dagen zijn een ware lust voor het oog en constante verwondering. Een brede vallei, een appelblauwzeegroen meer, een reeks echte duinen bewandeld door yaks en omgeven door bergtoppen, de overblijfselen van een tibeaanse nederzetting, warmwaterbronnen,... De rivieren worden bij gebrek aan brug meermaals blootsvoets doorwaadden. Een kerel te paard schenkt chang aan de porter en gids. Theoretisch gezien zijn we op nepalees grondgebied, maar alles wijst op Tibet. De klederdracht, de juwelen, de gezichten, de manimuren en gebedsvlaggen en de begroeting: een vrolijke “Tashi diele”. De dorpen zijn ontzettend goed onderhouden en lijken op middeleeuwse stadjes met een wirwar van steegjes en tunnels. De ramen zijn soms groot en versierd met kleurrijke inkervingen in het hout. Iedereen is druk bezig op de velden met het oogsten. We worden gastvrij ontvangen en mogen meeeten van tsampa en boterthee. Al de obstakels die we hebben moeten overbruggen gedurende deze tocht lijken vervlogen tijden.

v Waarom je best geen verwachtingen hebt. En zeker in Hilsa.

Het einde van de Limi-vallei mondt aan een grote mast met een helrode vlag: de grenspost tussen China en Nepal. Van hieruit kan er verder getrokken worden naar Mount Kailash, de meest heilige berd voor Boeddhisten en 3 andere godsdiensten. Een prachtige plek naar het schijnt maar enkel oor zeer welgestelde mensen die er niets op tege hebben om al hun uitgaven aan de Chinese bezetter te schenken en er niet tegenop zien om steeds te gaa en te staan volgens de commando’s van een officiele gids. Wij slaan linksaf en bewonderen de kale Tibetaanse bergen vanop de volgende pas richting Simikot. Maar eerst moesten we een nacht in het grensdorp Hilsa erbij nemen. Een oord waar je vooral ontzettend veel alcohol kan verkrijgen maar niet echt gemakkelijk andere voorraden kan inslaan. Een plek waar je liefst het bestaan niet van zou afweten.

v Tato pani (warm water)

De volgende dagen stappen we weer de goud rood groen gekleurde bergflanken van Nepal tegemoet. Wat een verschil met het landschap in het dorre Tibet. Het pad is breed, onze conditie na 3 weken stappen is op en top. We leggen dezelfde afstanden als de porters af die ons vol ongeloof zien voorbij stappen. Het is genieten van wat we op dat moment doen en nagenieten van alles wat we beleefd hebben. Ik zou nog weken kunnen doorstappen. De laatste avond bereiken we de warme baden van Kermi bij valavond. Het is een welgekomen afsluiter. Van alle warmwaterbaden die we tegenkwamen zijn het diegene die wij eruit kiezen om in de ‘full monty’ van een lekker ad te genieten. Het is een waterval die op verschillende niveaus een natuurlijk bassin gevormd heeft waar je in kan baden. Een aantal kleine monniken baden in een van de onderste baden. Wij klauteren verder omhoog en genieten met 2 van warm water, een welgekomen wasbeurt en de sterrenhemel.

Afzien bij de heenreis (13-14 en 15 september)


Onmiddellijk 2 weken na je eigen trouwfeest voor een maandenlang verblijf naar het buitenland vertrekken bleek geen goed idee. De tijd was kort, veel te kort. Het aantal vrienden die ik nog wou zien bleek groot. Heel groot. Het aantal nachturen dat we nodig hadden voor het inpakken van de inboedel van ons stekje bleek nog groter. De berekening is duidelijk: een te beperkt aantal slaapuren, veeeeel te weinig tijd met vrienden en halsoverkop vertrokken naar Brussel, vandaar naar Parijs (waar het inchecken voor heel wat emoties en problemen zorgde*) en na een sprint voor het halen van de tussenstop uiteindelijk in Delhi…. Uiteindelijk. Maar daar begon het eigelijk pas echt.

‘India, love it or leave it’. Normaal ben ik er redelijk verzot op, maar gezien de drukke vertrekomstandigheden stak het deze keer ‘wat’ tegen. Het begon met de kerel van de pre-paid taxi die per-ongeluk-per-express vergeten was dat ik een briefje van 500 Roepies had gegeven ipv 100. Soit, ik blijf kalm. De chauffeur beweert vervolgens dat hij het overbekende backpackers hotel waar we naartoe willen gaan niet kent. Hij belt zelfs zijn baas op via de mobiel om ons te trachten te overtuigen elders naartoe te gaan. Toen werd de maat reeds vol. Halverwege de rit besluit de chauffeur dat het Nick’s 1ste keer in India moet zijn en ik er reeds meermaals geweest ben… Gedeeltelijk fout want Nick is reeds 3 maal naar India gegaan, maar het verschil schuilde in het feit dat ik de vragen van de chauffeur totaal negeerde en enkel heel bot zei dat ik naar dat ene hotelletje wou. Nick daarentegen beantwoordde zijn vragen kalm en beleefd en kwam daardoor als een onervaren India toerist over. ;-)

Na een paar uurtjes rust in het door ons gekozen hotelletje heeft de wekker ons enorm gestoord om op tijd de nachttrein naar Gorakphur te kunnen nemen. Gedurende die rit heb ik mij verzoend met het ‘onderweg’ zijn. Of hoe een 1ste klas AC in een afzonderlijk coupe de gemoedstoestand gunstig kan doen evolueren. Gezelschapsspelletje, eten, het regelmatig geronk van de trein. Ik geniet eindelijk. Jammer dat we tegen 3 uur s’morgens moesten uit stappen. En toen begon het weer… Meer dan een uur nodig om te onderhandelen met jeep chauffeurs om ons nabij de nepalese grens te brengen. Eenmaal eindelijk een prijs afgesproken, stappen we met een aantal andere nepalezen de jeep in. Weg zijn we. Om een toertje te doen van het stationsplein en weer stilt te staan… grrrrrr! Blijkt dat er gewoon verder moet onderhandeld worden… En dit scenario deed zich tot 2 maal voor. Zelfs het erbij halen van de politie veranderde er niets aan. Dan maar weer van jeep veranderen en opnieuw beginnen onderhandelen. Leuk om 4 u ’s morgens en met 6 stuks bagage dat je in het oog moet houden. Eindelijk weer op weg. Deze keer met een chauffeur die een race maakte tegen een andere jeep chauffeur. Maar kom, niet meer klagen. Het is immers alom bekend dat je om het Indisch rijgedrag te overleven gewoon nood hebt aan “Good breaks, good horn and good luck”. En die hadden we.

Soit, op naar de grensstad dus. Daar met een fietsriksja over de grens. In het nepalse stadje een jeep geboekt. Wanneer we eindelijk vertrokken bleken de rebellen van de Terai (het Zuiden van Nepal waar we ons bevinden) volop een stakingsactie op poten te hebben gezet waarbij de wegen naar KTM geblokkeerd werden. Fijn. Maar de chauffeur van onze jeep was een doorzetter. Iemand die zich niet liet afschrikken door terugrijdende jeeps die hun poging om KTM te bereiken hadden opgegeven en ons aanraadden om rechtsomkeer te gaan. Door enkel op de zijwegen te rijden, via hobbelige zandwegen met bulten waar er soms letterlijk een scooter in kon, heeft hij onder onze algemene verbazing en bewondering zonder enige wegversperring tegen te komen uiteindelijk de hoofdweg naar KTM bereikt. Onze slechte zitplaatsen (in de koffer) namen we er maar bij. De monsterfile waar we vervolgens in verzeild geraken alvorens KTM binnen te kunnen rijden deerde mij niet. Of hoe de lectuur van het geweldige boek dat ik op zak had mij moeiteloos in een andere wereld kon doen brengen en mij al het nodige geduld probleemloos verschafte. Waarover later meer.

Fany

* tip van de dag: lees steeds alle kleine lettertjes bij het boeken van een vliegtuigticket on-line. Herlees ze de avond voor de vlucht.