vendredi, décembre 30, 2005

Afscheid nemen

Hoe doe je dat?

Door heel lang uit te wuiven, totdat de ander nog maar een stipje is, bijna uit het gezichtsveld is verdwenen. Door elkaar te durven zeggen dat je elkaar graag ziet. En dan met een beetje nostalgie terugdenken aan de weg die je samen reeds hebt afgelegd. Een weg berg op en berg af. Samen beleven en elkaars belevenissen meedelen. Afstand respecteren ook, niet verwachten dat een band even hecht blijft. Niet evident. Moeilijk gaat ook. Elkanders weg respecteren. Er staan altijd vrienden aan de kruispunten... je stapt even terug, je ziet wie er nog is en toont dat jij er bent. Vervolgens samen weer even op weg, elkaar bijsturen, en dan, elk weer op pad... zoals nu. Ongeacht of ze er nog zullen zijn of niet.... ze waren er! Uren, dagen, jaren lang. Ze gaan mee ook. In een zaadje van klavertjes vier, in een geluksvlaggetje, in een tube tandpasta, in een beschermengeltje, in boeddhakaartjes, in wijze boeken, in een kleurrijke vlinder, in een gelukshangertje, in een kinderspeelgoedje dat het gefluit van vogels nabootst en hen dan aantrekt (opdat ik mij nooit alleen zou voelen op mooie plekjes), in de wijze woorden van paulo coelho's agenda, in een washandje, in een omslag waar mijn naam ontelbare keren op staat (om niet te vergeten wie ik ben en van waar ik kom), in mijn geliefde foto's, in hartverwarmende woorden, ... Maar ook en vooral mee op mijn vleugels, in mijn hoofd en hart: in gibbermomenten, in hechte babbels, in respectvolle stilte's, in boerderij- en bootfeestjes, in warme knuffels, in danssessie's in de auto, in grensverleggende fietstochten, in wandeltochtjes die in 't donker eindigen, in eerlijke babbels, in etentjes met kipfilet en bearnaise, in een slecht opgezette tent, in spelletjesavonden, in verdriet dat getroost werd, in tranen van geluk. Waarvoor DANK!

Het gaat jullie goed!

Zwaai, totdat we nog enkel stipjes zijn...

jeudi, décembre 29, 2005

Een geheim waar je groot van wordt

Wij maken geen reis,
de reis maakt ons.
(Nicolas Bouvier)

Met deze wijze woorden wordt het kinderboek "Een geheim waar je groot van wordt" ingeleidt. (van Carl Norac en Carll Cneut). Ik laat jullie graag meelezen en meevliegen naar de wonderlijke kinderwereld vol wijsheden.

Elke dag weer zegt Salam: 'Als ik groot ben, reis ik de wereld rond.''Groot? Dat wordt jij nooit,' antwoorden de mensen dan. 'Kleintje, veertje, kruimeltje. Pas maar op, straks komt er een windvlaag en je waait weg.'
Salam heeft geen zin meer in die grappen. Hij loopt van huis weg zonder dat iemand het ziet. Wat neemt hij mee? Een lege tas. 'Daar stop ik alles in waar ik groot van word. Als hij vol zit, kom ik terug.'
Om de tas gevuld te krijgen moet Salam ver, ver weg. Dat kan niet anders. En dus loopt hij voor het eerst van zijn leven de stad uit. Buiten de stad is niets. Een uitgestrekt landschap, zonder huizen, en met wegen die omhoog gaan.
'Wie weet hier iets waar ik groot van word?' vraagt Salam hardop. Iemand duwt hem omver. De wind! Die is dezelfde weg gegaan als hij! de wind heeft salams voeten weggeblazen en is drie keer om zijn hoofd gedraaid. En nu stormt de wind zo hard in Salams rug dat hij loskomt, wegvliegt!
O, wat heerlijk: Salam is groot, hij wordt gedragen door de wind! Maar opeens wordt hij bang. Hij roept: 'Wind, zet me neer! Zet me toch neer, wind, alsjeblief!' De wind denkt er niet aan. Hij neemt dat veel te kruimelige jongetje verder, verder mee.
Een eindje verderop probeert Salam zich vast te grijpen aan de takken van een boom. Het lukt niet. Een paar bladeren laten los, dat wel. Salam stop ze in zijn tas.
Nog een eindje verderop probeert Salam zich vast te grijpen aan de heuvelrotsen. Het lukt niet. Een stukje steen blijft tussen zijn vingertoppen zitten, dat wel. Salam stopt het in zijn tas.
Salam probeert zich hoger nog vast te grijpen aan een vogel. Het lukt niet. Een lange veer, die krijgt hij te pakken. Hij stopt de veer in zijn tas.
Alsmaar verder, alsmaar hoger: Salam probeert zich vast te grijpen aan de toppen van een berg. Het lukt niet. Sneeuw, een handjevol, dat houdt hij bij zich. Salam stopt het in zijn tas.
Salam maakt een flinke reis, het gaat vanzelf. En eindelijk wordt de wind wat minder sterk. Salams tas is vol en zwaar, en Salam daalt, echt waar, hij daalt!Hij landt in het zand en kijkt om zich heen. Zand in het noorden, zand in het zuiden, zand in het oosten en zand in het westen. 'Daar sta ik nu,' zegt Salam, 'midden in de woesijn. Waar moet ik heen? Hoe vind ik de weg?'
Salam heeft dorst. In zijn tas zit een handjevol sneeuw. Het was al aan het smelten en dus drinkt Salam het langzaam, langzaam op. Dan kijkt hij naar boven. Er vliegen gieren in de lucht. Ze komen dichterbij, vallen ze aan? Snel, er zit een steen in Salams zak, daar kan hij raak mee gooien. Steeds als de steen weer terugploft in het zand raapt Salam hem op en gooit opnieuw. En ja hoor, de roofvogels laten zich verjagen.
Dorst heeft Salam nu niet meer, en zijn leven is gered. Maar nog steeds is hij alleen en verdwaald. Hij haalt de bladeren uit zijn tas, samen met de veer. Voorzichtig kerft hij met de veer twee woorden in de blaadjes: 'Red mij.'
De wind blaast nog altijd zachtjes voor zich uit en Salam gooit de bladeren in de lucht. Zo ver als hij kan. Zijn bladerbrieven vliegen weg.
Salam gaat zitten. Salam wacht en hoopt.
Geen antwoord. Niemand te zien. 'Zal ik weggaan of blijven,' denkt Salam. 'Straks komt de nacht, straks wordt het koud. Wat moet ik doen?'
In de verte ziet Salam plotseling een man op een kameel. Zou dat een bedoeïen zijn? Zelfs als ik zwaai, kan hij me nog niet zien, denkt Salam, ik ben een kleinte en een kruimel. Met zijn laatste krachten staat hij op om, voor ze weeer verdwijnen, naar de man en de kameel te rennen. Maar het hoeft al niet meer. De bedoeïen komt recht op hem af, alsof hij Salam al van ver had gezien.
Het enige dat hij tegen Salam zegt is:' Kom achter me zitten. We gaan.'
Daar zit Salam dan: veilig verborgen achter de zwijgzame man. Pas veel later denkt hij opeens: 'O, ik ben mijn tas vergeten!' Maar hij durft niet aan de bedoeïen te vragen of ze terug kunnen gaan. 'Nou ja, ik heb hem vast niet meer nodig,' denkt Salam. 'Ik ben toch gegroeid?'
De kameel trekt over de zandheuvels. De bedoeïen zegt nog altijd niks. Maar als ze aankomen bij de stad wil Salam toch nog iets weten. 'Bent u me komen zoeken omdat u een blad met letters had gevonden?'
'Nee,' is het antwoord. 'De wind heeft tegen me gesproken. De wind las je brief en vroeg me fluisterend jou thuis te brengen. En daar ben je dan nu. Thuis.'



mardi, décembre 27, 2005

de troostende werking van de zee

"Op een winterse weekdag is het strand leeg. Als je dan, vooral bij laag water, goed geschoeid langs de vloedlijn loopt, over het natte strand dat gretig je voetafdrukken opzuigt, is het gevoel van ruimte enorm. Het is een ruimte die je van de zee in al haar goedheid even in bruikleen krijgt. Een onbestemd domein: geen water, geen aarde. Terwijl de branding _ het soms zuchtende, soms beukende breken van de baren _ geluid en stilte tegelijk is, zo verricht de zee haar troostende werking: de zekerheid van eb en vloed, het nooit ophoudende pulseren van de oerbaarmoeder, bereid ons te koesteren tot het einde der tijden."
(Pol, hoodredacteur van Knack. uit: A la limite. Verhalen over leven, liefde en dood door A. Struyf)

En ook dit zal voorbij gaan...
Beseffen dat alles wat komt, ooit zal gaan. Of je het nu wil of niet. Het geluk bewaren kunnen we niet. De wijsheid wel. De wijsheid van te weten dat zowel het positieve als het negatieve van voorbijgaande aard zijn. Ons leven, de liefde, het lijden. Het komt, het gaat...en ooit komt het terug...tot het weer weggaat...

lundi, décembre 12, 2005

Dat de warmte van de zon die ze was, in mijn sterren mag blijven hangen

Dat de warmte van de zon die ze was in je sterren mag blijven hangen.

Dat wenste één van mijn 'zus-vriendinnetjes' me toen mijn oma overleed. Bijna een jaar geleden, dat we elkaar nog eens live ‘dag’ hebben gezegd. Wij hadden daar een vast ritueel bij. Want bij oudere mensen sta je er meer bij stil dat een afscheid steeds het laatste zou kunnen zijn.

« Je t’aime très fort, tu sais. »
« Moi aussi !»
en dan in koor: « On en a de la chance alors , hein ! »

Gevolgd door een bevestigende knuffel met de ogen, een zwaai en een glimlach. En vaak gevolgd door een brok in de keel als ik dan de trap afging. Omdat ik wist dat daar ooit een eind aan ging komen. Een eind aan die avonden waarop ik al zwijgend haar kamer binnen kwam en we minutenlang elkaars hand vasthielden en samen naar buiten keken. Samen genietend van elkaars gezelschap. Afwachtend wie er als eerste de stilte zal breken. En ik, stralend van geluk, omdat ik op dat moment kon genieten van het gelukkig maken van iemand. En hoe groter dat geluk, hoe pijnlijker ook besef dat er ooit een ultiem afscheid ging zijn.

Maar eigenlijk is er nooit een laatste afscheid geweest. Enkel een lijfelijk afscheid. Maar in het hart, in het gevoel, nog steeds intens verbonden. Gelukkig maar.

En als er dan eens heimwee opduikt, dan grijp ik graag naar mijn woorden uitgesproken op de uitvaartliturgie.

“ Chère Bonne-maman,

Ceci est comme un au revoir lorsque je partais en voyage. Sauf que maintenant, c’est toi qui part. Faisons comme on a toujours dit lors de mes départs : ‘Quand tu me manques, je te parlerai tout bas, car tu n’es pas loin de moi, je t’ai tout près de moi dans mon coeur.’
Et comme on se disait à chaque au revoir : ‘Je t’aime TRES fort.’ Je t’entends encore me répondre en souriant ‘Moi aussi !’. Et en cœur on concluait : ‘On en a de la chance !’

Merci Bonne-Maman. »

Als er één persoon is, waarvan ik nu geen afscheid moet nemen, dan is zij het wel. En gelukkig maar eigenlijk. Want zij komt mee, zoals steeds. Ergens veilig opgeborgen in mij. In mijn hart en gedachten. En ik zal haar nog steeds tegenkomen. In de glimlach van een oudere. In de intense blik van een klein kind. In kleurrijke bebloemde tuinen ook. In haar voornemen om zo weinig mogelijk te klagen, maar dankbaar te zijn om wat er is. In het besef dat je nooit ver moet gaan om iets moois te ontdekken ('Tout ces gens, qui vont tellement loin, moi je comprends pas ça. Alors qu'ici c'est tellement beau, hein!' zo luidde steeds haar commentaar wanneer ik haar mijn foto's van mijn laatste buitenlandse reis toonde)

En ik zal haar aanwezigheid blijven voelen, wanneer ik stralend van geluk en dankbaarheid, in de stilte met mijn ogen met een geliefd iemand praat. Zoals je enkel in zwijgzame blikken kunt converseren met de mensen die je dierbaar zijn. In blikken waarbij je de liefde zo intens voelt stromen.

Mee op reis dus.
In het hart en gedachten.

En dat doen jullie ook.
Mee op reis.

Wat je geeft is voor altijd van jou, wat je bewaart gaat voorgoed veroren. (Eric-Emmanuel Schmitt)

Wat je geeft is voor altijd van jou,
wat je bewaart gaat voorgoed verloren.
(uit: Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran. Eric-Emmanuel Schmitt)

Deze wijze woorden van een franse filosoof hebben reeds meerdere malen hun steentje bijgedragen tot mijn wijsheid en geluk.

Het besef dat je liefde verloren gaat, als je ze voor jezelf bewaart en niet meedeelt aan de betrokkene. Wat bereik je met een verliefdheid die je voor jezelf houdt? Je verliest erbij. Want schepen zijn toch niet gemaakt om in een haven verankerd te blijven? Nee, ze zijn gemaakt om uit te varen, om zowel een kalme zee als hoge golven te trotseren.

Het besef ook dat je onvoorwaardelijke liefde, begrip,... verloren gaat, als je ze niet geeft aan je vrienden, leerlingen, ... Want zo komt de boomerang bij jou ook terug. Ookal is dat niet het eigenlijke doel.

Il y a un équilibre dans ce monde, c'est comme un boomerang!
Si je fais le bien autour de moi,
il ne m'arrivera jamais de malheur.
Quand je fais le bien autour de moi,
ça me revient toujours.
(uit: J 'ai toujours voulu être une sainte. film de G.Mersch)

dimanche, décembre 11, 2005

Ose croire

Ose croire qu'il y a un chant dans ton coeur
Ose croire en tes désirs
Tant que tu auras le courage de croire
Rien ne pourra t'empêcher de jouer le rôle que tu voudras
(Kipling)

Reeds bijna 4 jaar geleden dat een hechte vriendschap mij dit gedicht toewenste voor het nieuwe jaar dat toen aanbrak. Het was op een lange, leerrijke tocht, tussen 2 verre bochten door. En nu, eindelijk de rijpe Tijd om met een gelukzalig gevoel achterom te kijken en te weten dat ze gelijk had. Waarvoor dank. Tijd heelt alle wonden, en als ze geheeld zijn, kan je naar je hart luisteren... en de stroom van verlangen volgen... En dan, dan ben je pas aan het Begin...

Hoe kwam ik ooit aan het idee
Dat ik niet zelf mijn vlucht bepaal
Vanaf de bron van mijn bestaan voert mijn stroom me mee
Verlangen geeft de richting aan

En éénmaal water in de zee
Zal ik zien dat mijn rivier
Door het wervelende gevoel hier
Juist deze weg moest gaan.
(Bram Vremeulen)

samedi, décembre 10, 2005

Le temps qui reste

Zo luidt de laatste film van François Ozon waarin een arrogante Parijse fotograaf verneemt dat hij terminaal ziek is en nog slechts enkele maanden te leven heeft. Prompt zet hij zijn lief op straat, stookt ruzie met zijn ouders. Maar toch zoekt hij naar een weg om in schoonheid te eindigen. Geen tranendal vol miserie of kommer en kwel, integendeel. Ozons jongste prent is een onweerstaanbare ode aan het leven.

Le nouveau François Ozon est arrivé. Dans son dernier film, Romain, 30 ans, est un photographe de mode arrogant bien réussi: une carrière florissante, un joli appartement à Paris et un petit ami sympathique. Quand il s'évanouit au cours d'un reportage et est examiné à l'hôpital, il s'avère qu'il a une tumeur. Ses chances de survivre sont minimales et il refuse d'être traité. Romain ne raconte rien à sa famille et son copain. Après une dispute avec sa famille et après avoir rompu sa relation, Romain va chez sa grand-mère (Jeanne Moreau). Elle est la seule personne à laquelle il confie sa maladie "parce que tu te trouves aussi près de la mort que moi". Quand il retourne à Paris, il accepte une offre inattendue d'une serveuse dans un restoroute. Ceci aide Romain à accepter sa mort...

Comment vit-on quand on sait que l'on va mourir ? Quelles sensations traverse-t-on, quelles décisions prend-on ?

Le film raconte que bien mourir, c'est retrouver sa part d'enfance...

"Savoir bien mourir, c'est savoir bien vivre. Car qu'est-ce que c'est que la mort ? C'est l'aboutissement de la vie. On est à une époque où l'on veut séparer les deux : on est vivant puis, quelle horreur, on est mort ! Mais non, Romain n'est pas mort : il passe, il se dissout et je dis ça sans aucun sentiment religieux. C'est aussi con de dire qu'il n'y a pas de vie après la mort que de dire qu'il y en a une. La mort, c'est le mystère absolu auquel on s'expose et qui rend la vie passionnante et haletante. La vie est extrêmement dure, douloureuse. Les gens parlent toujours de bonheur... mais le bonheur, c'est-à-dire «bonne heure», ça veut dire la chance. Ce qui compte, ce sont les joies, savoir saisir le froid, le chaud, l'ombre, la lumière... " (Jeanne Moreau)

"Ik heb nu de kans om echt te leven, maar maak ik daar echt gebruik van?" vraagt Veronika zich af in het levenslustige boek "Veronika besluit te sterven" door Paulo Coelho.

Een ander personage uit dat boek, maakt de volgende vaststelling: "Er was één regel van die Engelse dichter die mij bijzonder trof: "Wees als een bron die overstroomt, en niet als een bak die steeds hetzelfde water bevat". Ik heb altijd gevonden dat hij ongelijk had: het is gevaarlijk als een bron te zijn, want we zouden gebieden waar onze dierbaren leven, onder water kunnen zetten en ze verdrinken in onze liefde en verstikken met ons enthousiasme. Dus heb ik mijn hele leven lang geprobeerd me nooit buiten de begrenzingen van mijn innerlijke wanden te begeven. (...) Maar mensen veranderen. (...) Ik ga naar Bosnië. Daar zitten ze op me te wachten, ookal kennen ze mij nog niet en ik hen evenmin. Maar ik weet dat ik iets voor hen kan betekenen en dat deze risicovolle onderneming evenveel waard is als duizend dagen genoeglijk en comfortabel leven."

Na de zelfmoordpoging van Veronika ondervindt ze dat het enige geneesmiddel, het besef te leven is en dat dat pas in gang wordt gezet door het besef ooit te zullen sterven. Ze besluit dan ook wijselijk om "elke dag als een godswonder te beschouwen, wat het ook is als je beseft wat voor onverwachte dingen je allemaal kunnen overkomen, iedere seconde van ons wankele bestaan opnieuw."

Pluk ze dus.

vendredi, décembre 09, 2005

Dat de tocht lang moge zijn...

Als je doel Ithaka is en je vertrekt daarheen,
dan hoop ik dat je tocht lang mag zijn,
en vol nieuwe kennis, vol avontuur.

Vrees geen Laistrigonen en Kyclopen, of een woedende Poseidon;
je zult ze niet tegenkomen op je weg, als
je gedachten verheven zijn, en emotie
je lichaam en geest niet verlaat.
Laistrigonen en Kyclopen, en de razende Poseidon
zul je niet tegenkomen op je weg,
als je ze al niet meedroeg in je ziel, en
je ziel ze niet voor je voeten werpt.

Ik hoop dat je tocht lang mag zijn,
de zomerochtenden talrijk zijn, en
dat het zien van de eerste havens
je een ongekende vreugde geeft.
Ga naar de warenhuizen van Fenecië,
neem er het beste uit mee.
Ga naar de steden van Egypte, en
leer van een volk dat ons zoveel te leren heeft.

Verlies Ithaka niet uit het oog;
daar aankomen was je doel.
Maar haast je stappen niet;
het is beter dat je tocht duurt en duurt
en je schip pas ankert bij Ithaka,
wanneer je rijk geworden bent
van wat je op je weg hebt geleerd.

Verwacht niet dat Ithaka je meer rijkdom geeft.
Ithaka gaf je een prachtige reis;
zonder Ithaka zou je nooit vertrokken zijn.
Het gaf je alles al, meer geven kan het niet.

En mocht je vinden dat Ithaka arm is,
denk dan niet dat het je bedroog.
Want je bent een wijze geworden, hebt intens geleefd,
en dat is de betekenis van Ithaka.
(Konstatinos Kavafis)


Un de mes souhaits les plus chers?

Etre encore très éloignée d'Ithaka. Avoir encore un long chemin à parcourir. Un chemin sinueux, avec des surprises aux tournants. Des surprises agréables et moins agréables. Les aléas de la vie quoi. Plein de sentiers, même ceux sans-issue. Car en rebrousant chemin je me consolerai en me disant qu'il vaut mieux avoir des remords que des regrets.
Les sentiers les plus raides aussi, car ceux-là nous mènent vers les sommets.

jeudi, décembre 08, 2005

Er ging geen dag voorbij of de eekhoorn was wel op stap.

"Er ging geen dag voorbij of de eekhoorn was wel op stap. Hij liet zich 's ochtends uit de beukeboom vallen op het mos, of soms van het puntje van een tak in de vijver op de rug van de libel, die hem dan zwijgend naar de kant bracht. Hij sloeg altijd de eerste de beste weg in die voor zijn voeten kwam. Maar als hij een zijweg zag dan sloeg hij die in, en als het hem lukte zijn plannen voor die dag te vergeten dan vergat hij ze. Zo was hij op een dag op weg naar de olifant die ging verhuizen en nog wat hulp nodig had, toen hij een kronkelig zandpad zag. Dat sloeg hij in. Er stond een bordje:

WEG NAAR DE RAND.

Daar wil ik heen! dacht de eekhoorn. Maar tot zijn verdriet was er al spoedig weer een zijweg die hij niet links kon laten liggen, hoe graag hij het ook had gewild.

DOODLOPENDE WEG,

stond er op een bordje op de zijweg. Met grote tegenzin liep de eekhoorn langs deze weg die al snel doodliep in een dik en doornig struikgewas. De eekhoorn haalde zijn huid open en worstelde langdurig met het struikgewas. Toen rolde hij in een greppel en sliep onder een deken van oude bladeren. Toen hij wakker werd was het avond en kon hij weer gaan slapen. De volgende ochtend bereikte hij een weg die hem zonder omwegen of zijwegen naar het strand bracht. Daar lag een bootje gereed. De eekhoorn stapte aan boord en voer naar de horizon, en vervolgens over de horizon langs kromme zeeën, door poorten in ijsbergen en over spiegelgladde watervlaktes naar steeds weer nieuwe horizonnen. Soms voer hij loodrecht naar beneden langs de randen van reusachtige draaikolken, soms vloog hij van top naar top over de toppen van witte golven. De zon werd steeds groter en groter, of misschien werd zij niet groter maar kwam zij steeds dichterbij. Ten slotte werd de eekhoorn door een golf op een kust geworpen waar hij avonturen beleefde, zo veel en zo wonderbaarlijk dat hij er nog weken over vertelde toen hij kort daarna weer thuis was. Tot de mier en de egel, twee vrienden van hem, er genoeg van kregen en hem dat ook zeiden. 'En óveral daar...' probeerde de eekhoorn nog. 'Genoeg!' gilde de mier." (uit: Mischien wisten zij wel alles. Toon Tellegen)

En ja, de eekhoorn wist alles, of toch wel heel veel. Dat zijwegen er zijn om in te slaan. Dat het beter is houthakkertjesweggetjes in te gaan, waar je zelf moet kappen en zoeken en zelfs de kans loopt dat ze misschien 'nergens', of althans niet naar het verwachte leiden.

Verwachtingen zijn er trouwens om te beseffen dat men geen verwachtingen mag hebben...

Terug naar de houthakkersweggetjes. Ze zijn altijd beter dan de 2-vaksweg die je maar te volgen hebt. Laat ons dus maar zijweggetjes inslaan, verrast worden, ontsporen, ... en steeds bijleren om zo nog bewuster te zijn van het wonderbaarlijke feit dat we Leven. Hier en Nu.

En wat als de angst voor mislukking opduikt?

"Het is niet omdat iets moeilijk is dat we het niet durven,
het is omdat we het niet durven dat het moeilijk is."
(Luceus Annaeus Seneca, Romeinse theaterschrijver)

En bovendien:

"Beter handelen en spijt hebben
dan niet handelen en spijt hebben."
(Machiavelli)

Deze woorden zijn louter bedoeld als troost, als helende kracht voor mezelve wanneer ik tegen de eerstvolgende muur zal botsen op het einde van een doodlopende weg.

De dankbare jeugd van tegenwoordig

Een daverend applaus, een klas die mij uitzwaait. Vervolgens naar de volgende hechte groep, met deze keer een volgeschreven bord met dankwoorden en een ontroerend kaartje.
Resultaat: een traantje dat weggepinkt wordt bij de juf. En een klas dat plots muisstil wordt. Zo ben ik nu éénmaal. "Gevoelig" zei u?
Het pakt mij om dit los te laten, maar anderzijds is de prikkel van de uitdaging zovele malen groter. Recht evenredig met de leerrijke lessen die te leren vallen. Veel meer lessen dan als ik het schooljaar verder zou afmaken en elke week zou beginnen in 1H en eindigen in 3E... Ook dat is leerrijk....maar minder uitdagend dan voorheen. En dus moet je dan bijsturen. Alvorens je vastslibt, vastroest en elke prikkel van buitenaf als een aanval zou beschouwen op je veilig leventje. Niet dus. Verlof zonder wedde, en ginder spaargeld gaan uitgeven. Daar bewust voor kiezen en er nog naar uitkijken ook. Mijn Leven maken en niet gewoon meemaken. En dat maakt een mens gelukkig.

Heel gelukkig zelfs.

C'est encore mieux l'avant-midi

"Quelle partie de votre métier préférez-vous?"

Pour l'écrivain, la page blanche.
Le bâtisseur, les plans.
Le comédien, les trois coups.

Le voyageur, le quai de gare.

Quand on n'est que frissons et craintes, rêve et anticipation. Quand on peut encore s'attendre à tout, le pire et le meilleur. Tout sauf la déception, tout sauf le contrecoup, tout sauf l'écoeurement. Ou pire: la satiété. Ce qui arrive après.

Alors vive l'avant. Tous les avants. Les avant-goût, les avant-gardes, les avant-centres, les avant-premières, les avant-postes, les avant-propos. Voilà. A vous qui concourez pour un prix: le plus beau dans la course, c'est pas le podium, les fleurs ou le maillot jaune. C'est toujours, toujours la ligne de départ. (d'apès Julie Huon)

Cette ligne de départ, c'est l'endroit où tout est encore possible, sauf renoncer, sauf la marche-arrière. Rien que l'avant et sa multitude de possibilités.

"Hoger dan de werkelijkheid staat de mogelijkheid" (Heidegger)

En die werkelijkheid, naar Nepal trekken voor 5 maand lang, heeft ontelbare mogelijkheden. 2 januari en het is zover. Ik vlieg niet weg, maar ergens naartoe. Naar een vuurdoop met een shelter voor straatkinderen, naar de ervaring van alleen op reis, naar de vredevolle boeddhistische sfeer van de Himalaya,... mijn eigen ster achterna.