jeudi, juin 26, 2008

In Kashgar te China...

v ...wordt er sinds mensenheugenis elke zondag de grootste markt van Centraal-Azië gehouden met tussen de 50 000 en 100 000 handelaars. ‘Trop is er teveel’ voor ons. We kunnen de glitter, kitch en het overaanbod aan consumptiegoederen niet aan.

v ...zijn de ‘minderheden” in de meerderheid: meer dan 90% van de bevolking is Oejgoer

v bestaat de stad uit een oude, Oejgoerse gedeelte (levendige wijken met aarden omwallingen) en een nieuwe, Chinees deel (brede straten en hoogbouw).

v ...moet je inkom betalen om in bepaalde delen van de oude stad te gaan. (dringend toe te passen voor toeristen in Brugge)

v ...klinkt er elke maandagochtend om 6u in heel de stad een motivatiespeech uit de luidsprekers.

v ...is de olympische vlam zonder enige schermutseling gepasseerd. Er heerste dan ook een uitgaansverbod voor iedereen (zowel toeristen als de bevolking). Enkel bankbedienden, leerlingen en vertegenwoordigers van officiële instanties mochten zich buitenshuis begeven.

v ...lopen er precies zwartbruine spoken rond. We zien we lelijkste burka’s ooit: een lange wijde zwarte mantel met een katoenen, dik, gehaakte donkerbruine doek die op het hoofd gedragen wordt en dus ook het gezicht totaal verbergt.

v ...zijn er veel scooters, maar je hoort ze niet: ze rijden op elektrische energie.

v ...zien we meermaals restaurantpersoneel de restjes van de te ontruimen tafels eten.

v ...komt de inhoud van pakjes koekjes of ijsjes zelden overeen met de foto op de verpakking waardoor je je redelijk belazerd voelt.

v ...smelten we beetje bij beetje weg. Na 3 maanden hitte snakken we naar Belgisch weer.

vendredi, juin 20, 2008

foto's onderweg Pakistan deel1

http://www.flickr.com/photos/13344772@N08/?saved=1

foto s onderweg Nepal India

http://www.flickr.com/photos/13344772@N08/


Onderweg van Pakistan naar China

Vanuit het laaste dorpje op pakistaans grondgebied, Sost, vertrekken we met de jeep richting China. Alvorens te vertrekken doorstaan we reeds een eerste controle.

De rit is subliem. Eerst doorheen een smalle kloof, die tevens het Kunjerab nationaal park vormt. We bewonderen talrijke rosse, dikke marmotten en bruine, donkerrode, grijze, groene berghellingen. Net voor de pas zien we vele yaks grazen. Op 4800 m nemen we afscheid van Pakistan “Pheri melenge Pakistan” “ Tot de volgende keer”.

Op de pas zien we de rode vlag schitteren, naast een dubbele prikkelomheining die tot aan de eerste bergen leidt. Vanaf nu rijden weer rechts. Wat raar. Het wegdek is vanaf hier in perfecte staat. De controle verloopt zeer efficiënt en neemt dus heel wat tijd in beslag. De nood aan cafeïne roept en onder het verbazend oog van de grenswachters besluit Nick om op de pas een koffietje te zetten met onze gasbrander.

Net na de pas zien we de eerste dromedarissen. De vallei op chinees grondgebied blijft een lust voor het oog. Zo breeds, begrensd met grote witte toppen. Redelijk snel zien we ook bebouwing: eerst kleine hutjes gemaakt van dikke keien en zelfgemaakte bakstenen en yurts (witte, ronde tenten). Na verloop van tijd is er meer structuur en heeft de chinese bouworde piepkleine huizen en zelfs betonnen yurts en waterkanalen aangelegd.

Het is een heel vreemd gevoel om plots totaal andere gelaatstrekken te zien. Dit geldt voor de Han-Chinezen (vaak politie, grenswachter, militair) die hier overgeplaatst werden. De Tadjieken en Oejoeren die de oorspronkelijke bevolking vormen, verschillen niet zo fel van bepaalde Pakistanen. Redelijk lichtgekleurde huid en groen en zelfs blauwe ogen. Het meest verbazende zijn de vrouwen die we weer op straat zien (in Sost zag ik er geen enkele). De vrouwen dragen hetzelfde hoofddeksel met sjaal erover als in bepaalde gebieden in Noord-Pakistan, maar dan met een gecentreerde rok, blazer en naaldhakken. De mannen dragen geen snor noch baard meer.

Na een rit van 6 uur volgt eindelijk de laatste controle. Via een list slaag ik erin een boek van Nick over “Conflicten en ontwikkeling in China” toch over de grens te krijgen (zogezegd in de wagen vergeten en na de controle de chauffeur het boek gaan laten halen). Toeristen hadden ons reeds verwittigd dat de Lonely Planet van China bv geconfisceerd werd. Gedurende de laatste controle word zelfs onze lichaamstemperatuur gemeten. Op een groot bord in de immigratiehal staan de foto’s van al het douanepersoneel en een uitgebreide lijst met hun verplichtingen en verboden. (ze mogen niet kletsen, geen eigen lectuur meebrengen, geen cadeautjes aan de passagiers vragen, geen ruzie maken,...). De douanebeambte’s zijn dan ook superbeleefd en kijken steeds strak voor zich uit.

In de eerste chinese kleine stad “Tashurgen” lopen we totaal verbouwereerd rond. De stad is gelegen op een wijds plateau omgeven door talrijke pieken. De straten zijn picco-bello 4-baanswegen waar maar af en toe een wagen op rijdt. Doorheen geluidssprekers weergalmt van 6u ’s morgens tot 20u een chinese stem die veel te vertellen heeft. De gebouwen zijn zeer pompeus opgericht maar naar mijn bescheiden mening in totaal ‘foute’ smaak (bv. felroos met goudkleurige zuilen). We stappen een eerste restaurant binnen en niemand spreekt een woord Engels. Lang leve de menukaart met fotootjes en engelse zinnetjes. Maar als er 20 keer “ special hot dish” op staat geraak je niet echt verder. Het eten met stokjes is iets voor geduldige mensen. Per hap maar 1 noedel in je mond krijgen is redelijk frustrerend.

Bij gebrek aan gidsboek of plan stappen we op goed geluk doorheen de stad op zoek naar het historisch centrum. We trachten iemand te vinden die wat Engels kan, maar tevergeefs. Mensen reageren op onze engelse vragen uitgebreid in het Chinees. Na een omweg via een buitenwijk (waar er plots weer lemen huizen zijn) komen we toch op de laan die de “place to be” blijkt te zijn. Of zoals een bord het verduidelijkt “Cultural street for tYvalling & shopping”. Er bevinden zich meerder hotels en wij gaan op zoek naar het goedkoopste. Dat blijkt er eentje te zijn waar er ondanks het feit ik er vrije kamers zie, we toch niet mogen blijven. Vermoedelijk heb je hier hotels voor toeristen en andere (goedkopere) voor Chinezen. In Paksitan zouden we op al die zoektijd al zoveel bezoekjes voor thee en zelfs voor onderdak aangeboden gekregen hebben, maar hier worden we redelijk genegeerd, op de kinderen na. We slaan zelfs een zucht van verluchting wanneer er eentje ons aanspreekt en achter onze naam vraagt.

Op het einde van de grote baan, kom je in een immense grasvlakte waar er vele yurts staan. Het contrast met de brede ongebruikte baan, weergalemende luidspreker kan niet groter zijn. Er bevindt zich een oude, stenen stad die eigenlijk maar een immense hoop losse stenen blijkt te zijn met een paar zeer dikke muren van een 1800 jaar oud fort.

Vanaf nu geniet ik van haren in de wind en Nick van een whisky-cola. China heeft zo zijn voordelen.

De volgende dag trachten we een bus te nemen tot in Kashgar. De ticketjes die we hiervoor kochten worden een uur voor vertrek terug betaald want volgens de ticketbeambte heeft de chauffeur hoofdpijn. Aangezien er geen andere bussen meer vertrekken rijden we met een pick-up die tevens dienst doet als prive-taxi mee. De rit is weeral o-ver-wel-di-gend. We rijden langs de Alma Athi, meer dan 7500m hoog die torent boven een immens groene vlakte. Met yurts, yaks en een helderblauw meer. Ik zou hier zo willen uitstappen en willen fietsen. Na verloop van tijd zijn er zelfs bergflanken onder het zand bedolven. Vervolgens kleuren de rotsen vele aardetinten waaronder zelfs kersenrood.

Het wegdek is naar chinese gewoonte een pareltje van kunst, maar toch rijdt men hier steeds aan een slakkengangetje van max 70km/u. Af en toe passer je immers een ezelskar of tractor met aanhangwagen die dienst doet als taxi.


Ik geniet ontzettend van het onderweg zijn. De vrijheid, het onbekende en het uitzoeken zijn de ingrediënten bij uitstek om ons dagelijks te laten verrassen. Mijn gedachten dwalen ook regelmatig af naar het feit dat we onderweg naar huis zijn. Hoe we ons leven in België verder gaan oppikken...

mercredi, juin 18, 2008

Bewonderenswaardig iemand

We hebben die dag een poging ondernomen om naar een top te stappen. Voor die ene keer dat we dan toch een gids meevroegen om zeker van de weg te zijn liep het juist daarom mis. In een dorpje vinden we een tiener die graag een centje bijverdient als gids. Een pad dat volgens hem veel minder gevaarlijk is dat hetgene waar wij eerst op stapten blijkt eigenlijk geen pad te zijn maar een short-cut die ons tot aan de voet van een rotswand brengt. Het blijkt voor zowel Nick als ik onmogelijk om van hieruit veilig tot op de top te geraken. Onze would-be-gids komt plots tot het besef dat zijn schoenen de beklimming het niet zouden overleven en suggereert ons om onder ons 2 verder te gaan. Daar staan we dan: op een berghelling, zonder pad, voor een rotswand en iemand die ons in de steek laat. Dan maar afdalen. En ik geef het graag toe: het was een geweldige afdaling: losse kleine stenen waarop je al skieend op een sneltempo daalt. Dolle pret.
eenmaal benden krijg ik van dorpeligen tebhoren dat we eerst op het juiste pad aan het stappen waren. Die jongen had ons dus bewust misleidt. Ben teleurgesteld in de "mens" en de would-be-gids krijgt er nog eens flink van langs van mij en gaat met lege handen huiswaarts.
We spenderen de rest van de namiddag op een geweldige plek (met zicht op die ene bergwand en –top), aan een het Borithmeer. Veel pakistanen komen hier een dagje op bezoek: een wandeling, een toertje op het meer en wat bijpraten. Het is er fijn vertoeven en bovendien verrukkelijk eten (de zoon die dienst doet als kok heeft immers stage gelopen in dat ene chique hotel met geweldig buffet in Gilgit). Wij spenderen er de namiddag elk met ons boek. En plots kwam zij de hoek om gedragen. Madelaine. Een elegante Zwitserse dame, rond de vijftig. Het is even opkijken, want toeristen zie je hier amper. Het blijkt bovendien een heel bewonderenswaardige dame te zijn. Op haar 25ste reisde ze alleen en in openbaar vervoer doorheen India en Pakistan. In een rolstoel wel te verstaan. Sinds een polio-aanval toen ze 4 was is ze immers aan een rolstoel gekluisterd. Maar het belet haar niet om de deuren van de wereld wagenwijd open te gooien en het onbekende tegemoet te gaan. Integendeel. Jaarlijks reist ze 3 maanden, meestal doorheen Azie. Sinds 13 jaar geeft ze creatieve schilderworkshop in een weeshuis in Jaipur in India. Wanneer ze alleen met het openbaar vervoer reisde zorgde elke hotelbaas er gewoon voor dat het logement op de volgende plek geboekt werd en dat er iemand haar kwam ophalen. Nu reist ze in een privewagen en heeft ze lokale begeleiders. De afgelopen maand was ze op tocht doorheen Afghanistan en volgende maand vertoeft ze weer in India. Wij staan er sprakeloos en bewonderenswaardig bij.
Wanneer ze weer verder op stap gaat, staan we nog stil na te genieten van de rijke ontmoeting.
nog een geluk dat we die dag niet naar die ene top verder zijn kunnen stappen.

Het kan... in Pakistan!

Je bent net de grens over gestoken en na 20 meter word je reeds uitgenodigd bij een familie.

Je valt ziek en moet naar het ziekenhuis. De assistent manager van het hotel komt mee met de taxi naar het ziekenhuis. Hij begeleidt je doorheen al de diensten en blijft bij je de hele dag. Af en toe verdwijnt hij om jou op iets lekkers te trakteren.

Je checkt uit in een hotel en de baas schenkt je een afscheidstheetje, reserveert Èn betaalt je taxi naar het busstation.

Je komt toe op het terras van een klein restaurant en een aanwezige gast neemt prompt een handvol frietjes van zijn bord en geeft het jou door. Vervolgens geeft hij zijn bord verse kersen door.

In een busje word je wagenziek en moet je overgeven. Je buurvrouw masseert prompt gedurende een tiental minuten hard je voorhoofd en het ongemak verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Wanneer je de Pakistaan bedankt om zijn hulp en gastvrijheid krijg je steevast het antwoord: "It’s my duty. You are my guest"

"Educate your children", "Respect the nature", "Our mission to life is to serve", "Help the tourists",... zijn spreuken langs de kant van de weg. Ze worden nageleefd.

Langs de Karakoram Highway zie je massa’s witte bergtoppen en gletjers. Je zou zo kunnen uitstappen en aan een trektocht beginnen...

Ter begroeting schudden de vrouwen elkaar de hand en kussen ze je handrug.

Bebaarde en donkergekleurde Sunni’s, maar ook bleek huidkleurige met blauw-groene ogen bij de snorrige Ismaeli’s (gematigde moslims)

Iedereen loopt er in shalwaar kameez, een brede broek met lang overhemd.

Weinig vrouwen in lichtblauwe Burka en de meerderheid met een grote sjaal om hun hoofd en borsten aan het oog te onttrekken. Bij sommige stammen wordt er een hoedje onder de sjaal (=dupatta) gedragen.




Stappen in Pakistan

Oorspronkelijk waren we van plan om onze stappers te binden voor een lange trekking. Samen met een gids en een drager zouden we een aantal passen oversteken. Na wat rondvragen blijkt dat we bij onze aankomst, eind mei nog te vroeg in het seizoen zijn en er nog veel passen ondergesneeuwd zijn. We zouden koorden moeten nemen en hopen op goed geluk om elke keer in de volgende vallei te kunnen geraken. We besluiten om eerst een paar dagen onder ons 2 op uit te trekken en vervolgens te zien hoe de weercondities zijn. Na een korte trekking in Feary Meadows is het voor ons duidelijk dat we eigenlijk veel liever met 2 op stap gaan en laten we de hoge passen waar we noodzakelijkerwijs een gids, porter en koorden voor nodig hebben, links liggen. In de plaats daarvan is het elke keer een groot avontuur bij het zoeken naar de weg. Ondanks het herhaaldelijk navragen van de juiste weg lopen we regelmatig anders dan gepland. Feit is gewoon dat wat wij als een levensgevaarlijk pad beschouwen, voor hen een fluitje van een cent is. Het zal ons een aantal uren rechtsomkeer kosten en ook een flinke training voor de gemoedstoestand. Maar het plezier om ergens te geraken, moederziel alleen te kamperen, het besef van het niet ‘verkeerd’ te doen maar gewoon ‘anders’ maken de omleidingen meer dan waard. Stappen in Pakistan is zoveel ruiger en avontuurlijker dan in Ladakh of in Nepal. I.p.v. binnenlandse vluchten in Nepal of lange jeeptochten in Ladakh te moeten doen kan je hier via de Karakoram Highway gemakkelijk vele beginpunten van trekkings bereiken en ben je vanaf de eerste minuut en reeds op maar 3000 meter omgeven door gletsjers en hoge bergtoppen.

Feary Meadows (Himalaya)
We stappen 3 dagen doorheen een vallei die ons tot een een glaciaal amfitheater brengt. Vanop onze kampeerplek zien we een massale gletsjer onder ons en de 8-duizender Nanga Parbat voor ons.
Alvorens daar toe te komen, stappen 15 km om de dure jeeprit te vermijden. Het weer is van de partij. Wolken en zelfs lichte regen. We hadden niet beter kunnen wensen voor de lange dorre weg die ons tot aan het eerste pad leidt. Vandaar stappen we verder omhoog, doorheen bossen (op zoek naar een wandelstok), langs kabbelden beekjes. Onderweg worden we meermaals uitgenodigd om met de weg-werkers een glaasje (thee wel te verstaan) mee te drinken. De weg is lang en steil en maakt de voldoening ’s avonds nog groter.
In het nabijgelegen dorp worden we ondanks onze traditionele klederdracht vriendelijk doch kordaat verzocht om terug naar onze kampplaats te gaan. Zelfs de uitbater van de kampeerplek die van een andere vallei afkomstig is mag het dorp niet in. ‘Hun’ vrouwen moeten immers beschermd worden van de ogen van buitenstaanders. Het zal onze enige niet-gastvrije voorval zijn gedurende een trekking in Pakistan.
De volgende nacht is Nick klaarwakker en blaakt hij van energie en werklust om een boek en artikels te schrijven... tja, de computer ligt samen met de rest van onze bagage in Gilgit en een lichtgewicht tent is niet de ideale werkplek. Zeker niet in het midden van de nacht. De volgende dag is mijn stapgenoot tot niet veel meer in staat dan tot het volgende dorp te stappen. Het verder gelegen uitzichtspunt laten we door de komende wolken links liggen en de volgende dag stappen we weer de hele jeeptrack naar beneden. De zon is jammer genoeg van de partij. Feeling hot. Eenmaal terug op de Karakoram Highway regelen de omstaanders een terugrit richting Gilgit voor ons. We rijden mee met een boswachter die, nadat we zijn uitnodiging om die avond bij zijn familie door te brengen hebben afgestaan, ons naar een vriend brengt vanwaar het volgend busje tot Gilgit geregeld wordt. Terwijl we al zittend op een stoel MOETEN wachten, gaat hij een grote fles cola voor ons kopen en bekers ontlenen in een cafeetje. Als ik in een cafeetje naar de WC wil, begleidt hij mij tot aan de deur. Je bent hier in Pakistan niet enkel een gast maar iemand om wie men zich totaal ontfermt... Doen wij dat in BelgiÎ ook met de Pakistanen?
De volgende dag gaan we onze lange jeeptrack tocht compenseren door het buffet te plunderen in het sjiekste hotel van Gilgit.

Asumbar Agost (Karakoram)
We verbinden 2 valleien via de pas Asumbar Agost (4670m). In de valleien doorkruizen we meermaals een dorp dat elke keer bewoond wordt door een andere stam. In sommige dorpen zijn al de mannen donkergekleurd en dragen ze elkeen een baard. In andere dorpen hebben ze een bleke huidskleur en groen-blauwe ogen. Sommige spreken Shinaanderen, anderen Khowar, Wakhi, Burushaski of Urdu.
Voor de verandering worden we meermaals uitgenodigd. We houden halt bij een Wakhi-familie waar we op boterthee, ghee en geitenkaas getrakteerd worden. In het midden van hun enige woonruimte is er een groot gat in het plafond om de rook buiten en het licht binnen te leiden. Op een plankje ligt een reuze stomp zoutkristal (vergelijkbaar met de lampen die je in het Westen aantreft) die de familie voorziet van zout. Wanneer we informeren naar het volgende dorp houdt de Wakhi-broer van onze wakhi-gastvrouw zijn 2 handen uitgestrekt onder zijn kin: in het volgende dorp is iedere heer bebaard en dus extremere moslim.
Maar ook die volgende dorpsbewoners zijn een en al dienstbaar. Wanneer we bij een stroompje die in de loop van de warme namiddag is uitgegroeid tot grote beek op zoek gaan naar een geschikte plek om de andere oever te bereiken komt er een opa aangestapt om ons de minst moeilijke oversteek te tonen.
De 2de nacht kamperen we aan de voet van de pas op een uitgestrekte vlakte. Een duidelijk pad, links van de pas zou via een smalle richel naar de pas leiden. Via een beter begaanbaar pad zou men via rechts de pas kunne bereiken, maar door de sneeuw is het aan het zicht ontrokken. We besluiten om op goed geluk doorheen de sneeuw op de helling te stappen. Eenmaal boven komen we op een uitgestrekte besneeuwde vlakte toe. Aangezien we om 5u uit de veren zijn gekropen, stappen we probleemloos op de nog verharde sneeuw. Om de volgende vallei te bereiken moeten via een besneeuwde (te) steile helling dalen. Na 1/3 met al de moeite van de wereld trachten niet uit te schuiven hou ik het voor gezien. Nick wordt vriendelijk aangemaand om trapjes in de sneeuw te komen hakken. Ik installeer mij een meter boven de enige steen die uit de sneeuw reikt en zet er mijn voeten stevig op om niet uit te schuiven. Om te vermijden nog meer schrik te hebben bij het zien van de helling focus ik maar op de koekjes die ik uit mijn jaszak haal. Na hevig gestamp van Nick zijn de ‘trapjes’ gereed en acht ik het veilig genoeg om verder te dalen.
De stappen doorheen weilanden en tussen het vee op ons gemak naar beneden. We zijn nog vroeg in de ochtend en de zijriviertjes kunnen nog gemakkelijk over gestoken worden.
Na verloop van tijd wordt de vallei smaller en stappen we op de andere oever. We checken bij inwoners of we eop het juiste pad zijn. Tevergeefs, want een uur later moeten we besluiten rechtsomkeer te gaan. Het pad wordt smaller en smaller en de rivier benden is omgetoverd in een kolkende massa waar je niet in zou willen baden. Wanneer we anderhalf uur later om de andere oever ter hoogte van het smalle pad zijn gekomen wordt het echt wel duidelijk dat we juiste beslissing hebben genomen door rechtsomkeer te gaan. Het pad werd een aantal meters gewoon onbestaand op een steile helling. Je zou er gewoon vastzitten want de rivier was niet over te steken.
In de rotswanden ontwaren we grillige formaties die aan de Afghaanse Tora Bora doen denken.
Wanneer we de avond na 13 u stappen de eindhalte behalen zijn we beiden redelijk uitgeput. 2 dagetappes in 1 dag combineren is niet niets.
Een vriendelijke heer nodigt ons uit om in zijn tuin te kamperen. Thee en fruit worden aan de tent geserveerd en heel de familie komt zich voorstellen.
Nadat we hun aanbod tot een avondmaal van kip en rijst afwimpelen onder het verzinsel dat we vegetarisch zijn, krijgen we te horen dat zij ook vegetarisch zijn " We also eat vegetables, we are also vegeterian". S’avonds brengen ze ons toch een bordje kip met rijst aan de tent.
Naar goede gewoonte bekronen we ons de volgende dag op hetzelfde ene buffet in Gilgit.
Na deze 2 trekkings verlaten we Gilgit en de vriendelijke uitbater van de Medina Guesthouse. Na 3uur bereiken we Karimabad in de Hunza vallei. Dit is een ongelooflijk prachtige plek. Stel, je komt je kamer uit en je hebt zicht op 3 valleien met elke keer een hoge duizender als bonus die erbovenuit preikt. Als je wat verder in het dorpje stapt ontdek je nog een viertal andere valleien met elke keer een paar witte bergtoppen. Hoog in het dorp reikt het Baltit fort dat tot 50 jaar gelden bewoond werd door de plaatselijke Mir (prins) van deze vallei.
Vanuit karimabad trekken we naar ultar meadow.

Ultar Meadow (Hindukush)
De vallei van de Ultar kan je bereiken via een smalle vallei waartussen het donkerbruine water van de Ultar-gletsjer stroomt.
Om de hitte te vermijden beginnen we tegen 17u aan de tocht. Ons plan is om in Ultar meadow te kamperen de volgende dag aan het uitzicht op d nabijgelegen pas te gaan genieten. Maar plannen wijn er om gewijzigd te worden. Zij het niet met opzet.
Nadat we Baltit Fort van karimabad omzeild hebben, komen we in een feerieke oase. De akkers zijn er verdeeld op mini terrasjes die soms zelf maar een viertal fruitbomen tellen. We stappen de kloof in op de brede rand van een waterkanaal. Na 2 minuten zijn we reeds op handen en voeten aan het kruipen en vervolgens staan we stil voor een breuk in het kanaal die ons niet te overbruggen lijkt. 3 lokale mensen komen ons achterna en maken duidelijk dat we niet verder mogen gaan. Goed voor mij om een ander pad te nemen, maar welk dan? Blijkbaar zijn ze het onderling niet eens over het meest geschikte pad. Na verloop van tijd wijzen ze ons naar een brugje beneden die ons naar een hoger waterkanaal, in het midden van de rotswand op de andere oever. Na een korte daling steken we de bulderende bruine beek over en stijgen de andere rotswand op. Na verloop van tijd stappen we in mul zand die ons 2 sateppen omlaag leidt als je net een stap omhoog bent gestapt. Dan maar in een snel tempo op handen en voeten en met d eschaterlach zich omhoog een weg banen... We, klimmen een rotswand op, doorkruizen een boomgaard en bereiken uiteindelijk het waterkanaal. Rechts de rotswand, daarnaast een kanaal van 30cm en vervolgens een opeenstapeling van stenen met zand erover die het waterkanaal en het voetpad vormen. Vanonder de stenen spuit er water van het kanaaltje de rotswand af. We ontmoeten een herder met een aantal geiten die volop een komende breuk van het kanaal aan het herstellen is. Hij wijst ons dezelfde richting uit.
Op de zelfde hoogte loopt er aan de andere kant ook een waterkanaal (hoger dan hetgeen waar we voordien op kropen). Beiden komen samen aan de beek. Langs de andere kant loopt een padje de losse helling op. We betwijfelen of dit het juiste pad is, maar de vraag is overbodig: de beek is niet over te steken. Na een hete zomerdag valt de bruine massa met grote kracht naar beneden.
We volgen voetstappen en klimmen de steile helling voor ons. Het wordt al wat minder licht van d voetstappen geven ons goede hoop. Maar tevergeefs, na 1,5 uur staan we oog in oog met de gletsjer en kunnen we geen stap verder. Tussen de rotsen ontwaren we plekje dat toevallig van alle stenen is ontruimd. Blijkbaar zijn andere mensen ons reeds vooraf gegaan op de andere over dan die die tot Ultar Meadow leidde. We rantsoeneren de 10 laatste waterslokken en doen veel pogingen om in slaap te vallen (waar zijn we verkeerd gelopen? Waarom hebben lokale mensen ons deze kant uitgestuurd?) De volgende ochtend staan we vroeg op om alles bij helder licht nog eens na te zien. In d everte ontwaren we de kampeerplek op de andere oever. Wanner we weer aan het waterkanaal zijn merken we dat zelfs om 6u ‘s ochtends de beek niet over te steken is. We blijven op dezelfde oever en stappen cvia het waterkanaal verder naar benden. De steile helling in het mulle zand is een lachwekkend fijn pad om je zonder enige moeite te laten afdalen.
Wanneer we in het eerste winkeltje van Karimabad ons te goed doen aan vloeistof besluit de kerel "I think you like water".