In deze stad komen we na 25 stapdagen toe. We zijn dan ook op zoek naar westerse behoeftes te bevredigen. Het valt een beetje tegen. Het enige wat hier enigszins op chocolade lijkt zijn de ‘Kitkat’ reepjes. Geen chips maar wel ‘dalmut’, een pikante maar toch smakelijke mengeling van cashewnoten, gepofte rijst en verder ondefinieerbaar iets. Het enige stalletje die er verkoopt heeft nog welgeteld 4 exemplaren van dat lekkers. De bevoorrading gebeurt via vluchten en aangezien er momenteel duizenden toeristen volop naar de Annapurna en de Everest regio willen vliegen hebben zij voorrang. De andere oorden worden dagenlang door de vliegtuigmaatschappijen genegeerd. Een toerist betaalt immers meer en die vluchten brengen dus meer geld op.
Het boeken van een plaatsje op een MOGELIJKE vlucht is bijna een ritueel aan het worden. Elke ochtend dien je om 6uur aan het kantoortje van een vliegtuigmaatschappij te staan. Wanneer het dan na enige wachttijd eindelijk opent dien je je naam op een passagierslijst te laten noteren. En dan ben je blij dat je blank bent want omwille van je duurder vliegtuigticket verkrijg je voorrang. Jammer voor de Nepalezen die in deze periode massaal naar hun geboortedorp trekken om in familie het Dashain-feest te vieren. Vervolgens tracht de verantwoordelijke een werkende telefoonlijn te bemachtigen om te achterhalen of er die dag een vliegtuigje naar Simikot of een ander vergeten oord zal vertrekken. En zo duurt het reeds 4 dagen. Een dag vol hoop is altijd lang.
Op een dag, terwijl ik de dagelijks portie dalmut ga kopen, hoor ik plots geronk. Een naderend geronk. Normaliter ging er die dag geen vliegtuig komen, maar ik hoor nu duidelijk iets anders in de lucht ronken. Ik laat de Dalmut voor wat het is en haast me naar de vlieghaven. De vlieghaven is hier een grote grasvlakte die tevens dienst doet als parkje waarin gewandeld wordt, als voetbalterrein, als graasplaats voor kudde’s schapen en geiten, als oefenterrein voor politie en militairen, als badminton terrein,... Je noemt maar wat; maar op het vliegveld van simikot is het mogelijk. Ook een helikopter wanneer er niets voorzien was blijkbaar. Ik hoop halsoverkop een plaats te kunnen bemachtigen, maar het is ijdele hoop. De vele toegangen tot het vliegveld zijn plots afgesloten. Het blijkt een helikopter van de militairen te zijn die de volgende dag pas weer zal wegvliegen met aan boord een vele-sterretjes-gegradeerde die in gezinverband Dashain wil gaan vieren.
Na 3 dagen waren wij aan de beurt. Samen met 13 andere gelukkigen en 1 ongelukkige geit die ook al stond ze niet op de passagierslijst toch aan boord mocht. Gedurende Dashain worden immers talloze dieren geofferd aan de goden. Maar die geit zal ten minste nog een vuurdop vlak voor haar dood overleefd hebben.