Na een lokale busrit en een toertje met de fietsriksja bereiken we Wagha, de grens India – Pakistan. Alvorens de grens over te steken kan Nick er van een biertje genieten en ik van losse haren in de wind. De komende maand schikken we ons immers aan de eisen en gebruiken van de islamitische republiek van Pakistan: geen alcohol, ruime klederdracht die vrouwelijke vormen bedenkt en een sluier om het hoofd van de vrouwen. Maar Pakistan is deze belemmeringen méér dan waard.
We blijven aan de grens om de officiële sluiting ervan mee te maken. Aan de Indische zijde bevinden zich honderden fanatieke Indiërs. Aan Paksitaanse zijde zijn het er een klein honderdtal. Aan beide zijden worden nationalistische liederen gespeeld die luidkeels doorheen de boxen weergalmen en elkaar trachten te overtreffen. Dit wordt opgevolgd door een hele show waar er om het hardst en om het stoerst een militaire parade wordt gevoerd. Samen met hun knappe uniforms is het best indrukwekkend. De vlaggen worden neergelaten, een Indische en een Pakistaanse militair schudden elkaar kort en krachtig de hand en de poorten gaan met luid kabaal onherroepelijk dicht.
Gedurende de show wordt ik door een paar Pakistaanse meisjes uitgevraagd. Of ik moslim ben, of ik getrouwd ben, of ik reeds kinderen heb,... of ik in hun ouderlijk huis in Lahore wil overnachten. Een uurtje later bevinden we ons in een lokale bus. Nick zit in de mannenzone achteraan samen met de mannelijke gezinsleden. Ik zit vooraan, met de meisjes, afgeschermd door een metalen plaat van de mannelijke blikken. We spenderen de avond en een groot deel van de nacht met het beantwoorden van hun vragen (wilde dieren in België, epileermethoden voor vrouwen, huwelijksgewoontes, prille verliefdheid tussen een nicht en een neef die met elkaar zouden willen huwen,...) ze zijn vol bewondering voor onze ‘love-mariage’ maar zijn teleurgesteld bij het zien van onze gewone trouwkleren en het gebrek aan mijn overvloedige maquillage en juwelen die dag. Bij het zien van de trouwfilm van één van hun nichtjes is het inderdaad een wereld van verschil. Ter compensatie (?) word ik overrompeld met kitcherige juwelen.
Door de hitte overdag leven de Pakistanen tot een groot deel van de nacht. Om 1u ’s nachts zitten we gehurkt op het terras van een kip-BBQ en heerlijke raita (yoghurt met rauwe groete en kruiden) te genieten. Vervolgens leggen we nog een wandelingetje af en gaan we op familiebezoek. Wij zijn doodop en moeten aandringen om vervolgens huiswaarts te keren. Nick slaapt in een ruimte met de mannen en ik met de vrouwen. 4 in een groot 2 persoonsbed, eentje op de zetel, eentje op de grond en ik op mijn luchtmatrasje. De volgende dag blijven ze aandringen opdat we nog de dag samen zouden doorbrengen. Maar we willen ons Chinees visum regelen en reizen door tot Islamabad, de nieuwe hoofdstad. De rit is indrukwekkend. Ondanks mijn buikloop en volgkotst zakje (de nadelen van huiselijke keuken) ben ik vol bewondering voor de rit: een picco bello snelweg, ruw landschap en vooral ontzettend rijkelijk versierde vrachtwagens.
Momenteel vertoeven we in de hoofdstad Islamabad om de volgende visums te regelen. (Het Chinees visum prijkt reeds in ons paspoort, morgen staat dat van Kirgistan op het programma) Deze nieuwe stad is 35 jaar oud en herbergt al de ambassades die mooi gerangschikt in een diplomatieke enclave zijn. (met betalend ingangs- en uitgangsticket). De straten zijn hier in dambordpatroon aangelegd en onderverdeeld in sectoren. Wij verblijven nu in G-9, maar ook en vooral onder de waaier van de ventilator in onze hotelkamer.
Zodra het visum van Kirgistan geregeld is, reizen we naar Gilgit van waaruit we verder naar Passau reizen om aan de eerste trekking te beginnen.
We blijven aan de grens om de officiële sluiting ervan mee te maken. Aan de Indische zijde bevinden zich honderden fanatieke Indiërs. Aan Paksitaanse zijde zijn het er een klein honderdtal. Aan beide zijden worden nationalistische liederen gespeeld die luidkeels doorheen de boxen weergalmen en elkaar trachten te overtreffen. Dit wordt opgevolgd door een hele show waar er om het hardst en om het stoerst een militaire parade wordt gevoerd. Samen met hun knappe uniforms is het best indrukwekkend. De vlaggen worden neergelaten, een Indische en een Pakistaanse militair schudden elkaar kort en krachtig de hand en de poorten gaan met luid kabaal onherroepelijk dicht.
Gedurende de show wordt ik door een paar Pakistaanse meisjes uitgevraagd. Of ik moslim ben, of ik getrouwd ben, of ik reeds kinderen heb,... of ik in hun ouderlijk huis in Lahore wil overnachten. Een uurtje later bevinden we ons in een lokale bus. Nick zit in de mannenzone achteraan samen met de mannelijke gezinsleden. Ik zit vooraan, met de meisjes, afgeschermd door een metalen plaat van de mannelijke blikken. We spenderen de avond en een groot deel van de nacht met het beantwoorden van hun vragen (wilde dieren in België, epileermethoden voor vrouwen, huwelijksgewoontes, prille verliefdheid tussen een nicht en een neef die met elkaar zouden willen huwen,...) ze zijn vol bewondering voor onze ‘love-mariage’ maar zijn teleurgesteld bij het zien van onze gewone trouwkleren en het gebrek aan mijn overvloedige maquillage en juwelen die dag. Bij het zien van de trouwfilm van één van hun nichtjes is het inderdaad een wereld van verschil. Ter compensatie (?) word ik overrompeld met kitcherige juwelen.
Door de hitte overdag leven de Pakistanen tot een groot deel van de nacht. Om 1u ’s nachts zitten we gehurkt op het terras van een kip-BBQ en heerlijke raita (yoghurt met rauwe groete en kruiden) te genieten. Vervolgens leggen we nog een wandelingetje af en gaan we op familiebezoek. Wij zijn doodop en moeten aandringen om vervolgens huiswaarts te keren. Nick slaapt in een ruimte met de mannen en ik met de vrouwen. 4 in een groot 2 persoonsbed, eentje op de zetel, eentje op de grond en ik op mijn luchtmatrasje. De volgende dag blijven ze aandringen opdat we nog de dag samen zouden doorbrengen. Maar we willen ons Chinees visum regelen en reizen door tot Islamabad, de nieuwe hoofdstad. De rit is indrukwekkend. Ondanks mijn buikloop en volgkotst zakje (de nadelen van huiselijke keuken) ben ik vol bewondering voor de rit: een picco bello snelweg, ruw landschap en vooral ontzettend rijkelijk versierde vrachtwagens.
Momenteel vertoeven we in de hoofdstad Islamabad om de volgende visums te regelen. (Het Chinees visum prijkt reeds in ons paspoort, morgen staat dat van Kirgistan op het programma) Deze nieuwe stad is 35 jaar oud en herbergt al de ambassades die mooi gerangschikt in een diplomatieke enclave zijn. (met betalend ingangs- en uitgangsticket). De straten zijn hier in dambordpatroon aangelegd en onderverdeeld in sectoren. Wij verblijven nu in G-9, maar ook en vooral onder de waaier van de ventilator in onze hotelkamer.
Zodra het visum van Kirgistan geregeld is, reizen we naar Gilgit van waaruit we verder naar Passau reizen om aan de eerste trekking te beginnen.